De Groene Os gebruikt cookies om zijn webshop persoonlijker en gebruiksvriendelijker te maken.   sluiten

Zoek naar product, orgaan of toepassing:

Hoe laat ik mijn paard aankomen?

We hebben al eerder geschreven over paarden die te dik zijn.

Er zijn ook paarden die het tegenovergestelde probleem hebben: ze komen slecht aan en blijven te schraal. We kennen deze paarden allemaal wel, vaak senioren of paarden hoog in het bloed of in training.

Wat kan de oorzaak zijn van te dun blijven en hoe kun je een paard laten aankomen?

Wanneer is een paard te dun?

Heel veel paarden in Nederland zijn te dik. Dit probleem is zo groot dat vaak paarden met een normaal gewicht worden aangezien voor te dun. Maar natuurlijk zijn er wel paarden die écht te dun zijn. In dit geval is meten ook weten, dus gebruik de Body Conditioning Score. Als je paard rond de flanken is ingevallen, maar verder redelijk oké op gewicht is, kan dit duiden op een tekort aan ruwvoer.

Soms kan er ook sprake van zijn dat het paard gewoonweg te weinig bespiering heeft. Dit kan aan de hand zijn bij jonge paarden, oudere dieren of paarden die ziek zijn geweest en daarom weinig hebben bewogen. Dan is het niet zozeer zaak om je paard aan te laten komen in gewicht, maar specifiek meer spieren op te laten bouwen door beweging en de juiste eiwitten.

Als je paard echt te mager is, kun je de ribben zien en zie je ook dat de achterhand is ingevallen. De heupbeenderen steken dan uit.

Onderliggende oorzaken van te dunne paarden

Natuurlijk zijn er paarden die uit een verwaarlozingssituatie komen en die ten gevolg van een gebrek aan voedsel te dun zijn. Maar dit is een klein gedeelte. Ook bij paarden waarbij de verzorger(s) hun best doen kunnen problemen ontstaan. Bijvoorbeeld door

  • fouten in de voeding: te weinig eiwit of te weinig energie in relatie tot wat de behoefte is
  • gebitsproblemen waardoor het paard minder eet en/of de voeding niet wordt opgenomen
  • spijsverteringsproblemen zoals maagzweren of darmproblemen
  • een verstoorde darmflora waardoor voedingsstoffen niet kunnen worden opgenomen
  • wormen
  • onderliggende ziektes zoals lever- of nier problemen
  • PPID

Bij PPID is iets tegenstrijdigs aan de hand. Aan de ene kant kan een hangbuik ontstaan, aan de andere kan valt het paard juist in door spierafbraak. In een later stadium kunnen de hals, rug en achterhand schraal zijn.

Voorkomen is beter dan genezen

Als een ouder paard eenmaal te dun is, kan het zeer moeilijk zijn om het dier weer op een gezond gewicht te krijgen. Voorkomen is daarom het beste en hiervoor kun je de tips in dit artikel gebruiken. Wat ook kan helpen is oudere paarden of paarden die herstellende zijn van een ziekte in de koudere maanden een deken op te doen. Door ze warm te houden, hoeven de paarden hier minder energie voor te gebruiken.

Fysieke problemen uitsluiten

Maar wat kun je doen als je tot de conclusie bent gekomen dat je paard te dun is?

Allereerst is het belangrijk om onderliggende gezondheidsoorzaken uit te laten sluiten. Dit kan gebeuren door onderzoek door de dierenarts. Er kan bloedonderzoek gedaan worden om problemen met inwendige organen, infecties en metabole aandoeningen uit te sluiten.
Ook mestonderzoek is een aanrader om parasieten in de darmen uit te sluiten of indien nodig te behandelen. Na behandeling met ontwormingsmiddelen is het altijd zinnig om de darmflora opnieuw op te bouwen, op z’n minst met goede probiotica.
Een gebitscontrole door een goede paardentandarts is ook erg belangrijk. Mocht dit nog niet je routine zijn, zorg dan dat het gebit van je paard ieder jaar gecontroleerd wordt.

Ruwvoer als basis van het dieet

Daarnaast ligt het voor de hand om ook het voerregime grondig door te lichten. Als je paard begint af te vallen, is het een slecht idee om gedachteloos een extra schep krachtvoer in de voerbak te gooien. Dit kan problemen met bijvoorbeeld de darmflora alleen maar in de hand werken. Natuurlijk kijk je of er extra krachtvoer nodig is, maar ik zou je adviseren met de basis te beginnen en dat is ruwvoer.

Een goede kwaliteit ruwvoer is natuurlijk belangrijk, anders kun je niet verwachten dat je paard gezond is en blijft. Ruwvoer is essentieel voor een gezond paard. Zeker voor paarden die slecht op gewicht blijven is onbeperkt ruwvoer dan ook aan te raden.

Een richtlijn is dat een paard zo’n 1.5% van het lichaamsgewicht aan droge stof aan ruwvoer nodig heeft. Voor een paard van 600 kg kom je dan al op zo’n 12 tot 14 kg ruwvoer per 24 uur.

De vezels uit ruwvoer vormen ook de basis voor een gezonde darmflora. Die verzorgt weer de darmwand waardoor voedingsstoffen daadwerkelijk goed worden opgenomen. Te veel snelle koolhydraten, bijvoorbeeld uit die extra schep krachtvoer, kunnen de darmflora juist verstoren en zo kun je dus een ongezonde situatie in stand houden.

Andere voedingsstoffen

Een andere goede manier om extra vezels te geven is het voeren van geweekte bietenpulp. Zeker voor oudere en herstellende paarden is dit een hele goede. Bietenpulp moet altijd grondig geweekt worden omdat het anders gevaarlijke verstoppingen kan veroorzaken!

Als je tot de conclusie komt dat je paard meer voeding kan gebruiken, is het voeren van extra olie een goede optie. Zeker voor paarden in de sport en voor paarden die snel nerveus zijn is dit goed want hoewel het veel energie levert, maakt het de paarden niet ‘heet’. Onze Trias Omega kan hier perfect voor gebruikt worden.

Paarden die in een herstelproces zitten, jong of juist ouder zijn, of bespiering tekortkomen in de sport, kunnen behoefte hebben aan extra eiwitten. Spier Herstel bevat hoogwaardige eiwitten uit algen en kan hier perfect voor gebruikt worden.

De invloed van stress

Te veel stress kan ook meespelen als een paard afvalt. Denk hierbij aan minder eetlust, wisselingen in het metabolisme en de impact op de darmflora.

Daarnaast is er nog iets om rekening mee te houden: als je paard in een groepshuisvesting leeft en niet zo hoog in de rangorde staat, is er kans dat hij of zij niet goed aan eten toekomt. Als het voer op een aantal centrale plekken aangeboden wordt, kan het zomaar gebeuren dat paarden met een lagere rangorde geen toegang hebben of zelfs worden weggejaagd bij het voer. Dit kan heel veel stress en onrust veroorzaken. Goed observeren dus en stress behandelen met maatregelen en kruiden.

Wat vooral niet te doen

Zoals we al eerder schreven is gedachteloos een extra schep voer geven een slecht idee. Sowieso is het belangrijk om grote, plotselinge voerveranderingen te voorkomen. Dit kan verstoringen in de darm veroorzaken en tot koliek leiden.

Extra mais voeren wordt ook regelmatig geadviseerd. Wij raden dat niet aan. Ook mais is een snel koolhydraat en van te veel mais raakt de darm juist uit evenwicht. Dit kan diarree en gaskoliek veroorzaken.

Geef aanpassingen in het voer vooral de tijd!

 

Deze informatie is uitsluitend bedoeld voor educatieve doeleinden en vervangt niet het advies van een dierenarts.

Heb je vragen over onze producten of de toepassing ervan? Neem dan contact met ons op.
Ons team van natuurgeneeskundig therapeuten adviseert je graag.

Laat een reactie achter