Wat is collageen eigenlijk?
Collageen is een eiwit dat een belangrijke rol speelt als structureel bouwmateriaal van het lichaam. Het vormt als het ware een natuurlijk netwerk dat weefsels stevigheid, samenhang en veerkracht geeft. Bij mensen en dieren is collageen aanwezig in vrijwel alle weefsels waarin kracht en structuur belangrijk zijn, zoals huid, botten, pezen, banden, gewrichtskapsels en kraakbeen.
Collageen is geen enkelvoudige stof. Er bestaan tientallen verschillende collageentypen, die ieder hun eigen eigenschappen en voorkeurslocaties in het lichaam hebben. Type I is het meest voorkomende collageentype en komt vooral voor in bot, pezen, banden en ander bindweefsel. Type II is vooral kenmerkend voor kraakbeen, waar het zorgt voor de karakteristieke structuur en belastbaarheid van dit weefsel.
Het lichaam maakt voortdurend nieuw collageen aan en breekt oud of beschadigd collageen weer af. Naarmate een dier ouder wordt of wanneer het lichaam langdurig zwaar wordt belast, kan de balans tussen aanmaak en afbraak veranderen. Een goede beschikbaarheid van de juiste voedingsstoffen is daarom belangrijk voor het normale onderhoud van collageenrijk weefsel.
De opneembaarheid van collageen
Collageen bestaat voornamelijk uit de aminozuren glycine, proline en hydroxyproline. Wanneer collageen via de voeding wordt aangeboden als intact eiwit, wordt het tijdens de spijsvertering afgebroken tot kleinere peptiden en aminozuren. Deze kunnen vervolgens de darmwand passeren en door het lichaam worden benut.
Dit vormt ook de basis voor het gebruik van gehydrolyseerd collageen in voedingssupplementen. Door het collageen vooraf in kleinere peptiden te splitsen, ontstaat een goed verteerbare bron van collageenpeptiden en aminozuren. Het gaat daarbij niet om het letterlijk “aanleveren” van een bepaald type collageen aan een gewricht. Het lichaam gebruikt de beschikbare bouwstoffen op de plaatsen waar ze nodig zijn en maakt zelf de collageeneiwitten die passen bij het betreffende weefsel.
Collageen en gewrichten
Collageen is dus een van de belangrijkste structurele eiwitten van het lichaam en vormt een essentieel onderdeel van het bindweefsel van zoogdieren. Zoals hiervoor al werd gezegd: type II is het belangrijkste collageentype in gewrichtskraakbeen, terwijl type I juist zeer rijkelijk voorkomt in onder andere pezen, banden en bot.
Dat onderscheid is belangrijk bij de ontwikkeling van een gewrichtsformule. Een gewricht bestaat immers uit meer dan alleen kraakbeen. Voor een goede gewrichtsfunctie zijn ook het bot, de banden en pezen, het gewrichtskapsel, de synoviale structuren en het omliggende bindweefsel van belang. Vanuit die brede benadering is het logisch om niet uitsluitend naar collageen-type-II te kijken, maar ook naar de rol van type-I-collageen.