De Groene Os gebruikt cookies om zijn webshop persoonlijker en gebruiksvriendelijker te maken.   sluiten

Zoek naar product, orgaan of toepassing:

Wat je nog niet wist over rhinopneumonie

Als het woord rhinopneumonie (of in de wandelgangen ‘rhino’) valt, slaat vaak de paniek bij paardenmensen toe. Dat is begrijpelijk, de gevolgen van een uitbraak kunnen immers dramatisch zijn. Er bestaan echter ook veel fabeltjes over deze aandoening. Wist je bijvoorbeeld dat bijna 100% van de paarden het rhinovirus bij zich draagt? En wist je dat natuurgeneeskunde goed inzetbaar is bij zowel het voorkomen van rhinopneumonie als bij het ondersteunen van een behandeling tegen rhinopneumonie?

Tijd voor een uitgebreid artikel over rhino!

 

 

Wat is Rhinopneumonie?

Rhinopneumonie is een virusinfectie die veroorzaakt wordt door een variant van het herpesvirus. In de meeste gevallen is er sprake van een plotseling optredende verkoudheid. Er is neusuitvloeiing, soms koorts en wat hoesten en proesten. Dezelfde symptomen worden gezien bij het influenzavirus. In de meeste gevallen verdwijnen de symptomen na ongeveer een week.

Rhino kan echter ook serieuze gevolgen hebben. Dit hangt af van de variant die er heerst. Er bestaan 2 verschillende varianten van dit virus: EHV1 en EHV4.
EHV4 geeft verkoudheidsverschijnselen, maar EHV1 kan ook de abortusvorm en de neurologische vorm van rhinopneumonie veroorzaken.

Verschillende vormen

  • Verkoudheidsvorm
    Bij deze variant is er sprake van typische verkoudheidsverschijnselen zoals geïrriteerd slijmvlies, hoesten en proesten en neusuitvloeiing. Soms is er sprake van koorts en een verminderde eetlust. Als je paard rust en voldoende frisse lucht krijgt, zijn de klachten meestal binnen een week weer over. Bij kwetsbare dieren kan soms een secundaire infectie optreden doordat de weerstand verzwakt is.
    Als EHV4 niet voldoende zorg krijgt, kan het leiden tot secundaire problemen wat weer schade aan de longen kan geven waardoor COPD/RAO  kan ontstaan.
  • Abortusvariant
    Bij drachtige merries kan EHV1 verwerping veroorzaken. Abortus vindt 1 tot 4 maanden na de infectie plaats. Meestal worden de veulens daardoor te vroeg en dood geboren. De abortus verloopt voor de merrie meestal vlot en probleemloos. Een enkele keer komt een veulen levend ter wereld, maar is dan te zwak om te overleven.
  • Neurologische vorm
    Gelukkig is de neurologische vorm zeldzaam. Ook deze wordt veroorzaakt voor EHV1. Als dit het geval is, worden het centrale zenuwstelsel en de hersenen aangetast. Symptomen treden sneller op dan bij de abortusvariant: binnen 14 dagen na infectie.Het meest voorkomende symptoom is ataxie: een ongecontroleerde beweging en gang. De meeste klachten zie je aan de achterhand. Als er verlamming van de benen optreedt, is dit vaak aan de achterbenen. Verder kan de anus verlammen waardoor deze een beetje blijft openstaan en je paard moeite heeft met plassen. Ook de blaas kan verlamd raken.Paarden kunnen van deze vorm herstellen, mits ze de juiste, intensieve zorg krijgen.Het is van groot belang dat ervoor wordt gezorgd dat de paarden blijven staan. Paarden die gaan liggen en langer dan een dag blijven liggen, hebben een zeer slechte prognose. Voor de paarden die op de been blijven, is de prognose redelijk, maar het herstel kan maanden tot jaren duren. Vooral de ataxie kan nog lang aanwezig blijven.

Verspreiding

Een extra lastigheid bij herpesvirussen is dat dieren drager blijven, ook als ze geen symptomen meer vertonen. Dieren met een verlaagde weerstand kunnen dan wel weer de symptomen krijgen. Op het moment dat de symptomen aanwezig zijn, wordt het virus actief uitgescheiden.

Het virus wordt overgedragen door uitscheiding uit de luchtwegen zoals neusuitvloeiing. Hierin kan het virus overleven en dus bijvoorbeeld via kleding worden overdragen. Stallen, borstels, voerbakken en dergelijke kunnen besmet zijn.

In het geval van de abortusvariant worden er zeer grote hoeveelheden van het virus uitgescheiden in de vrucht en het vruchtwater.

Vaccin en preventie

Er is een vaccin tegen rhinopneumonie beschikbaar met verschillende resultaten. Het vaccin is werkzaam tegen EHV4 en de abortusvorm van EHV1 (dus niet tegen de neurologische vorm). Het vaccin kan niet helemaal voorkomen dat rhino toch grip krijgt. In het gunstigste geval zijn de symptomen dan minder. Als niet alle paarden volgens schema gevaccineerd worden, geeft het onvoldoende bescherming.
Voor een fokker kan een goed vaccinatieprogramma wel onderdeel uitmaken van een preventieplan om rhino te voorkomen en zo de kans op de abortusvariant in ieder geval te verkleinen.

Weerstand
Paarden met een lage weerstand hebben meer kans om een infectie met rhinopneumonie te ontwikkelen. Om een uitbraak van rhino te voorkomen, moet hier dus voldoende aandacht aan besteed worden. Jonge en oude paarden met veel stress zijn extra kwetsbaar. Daarnaast is het goed om te weten dat uitbraken van rhino vooral in de herfst en winter plaatsvinden. Mogelijk is dit omdat de meeste paarden dan meer binnengehouden worden en de infectiedruk dus hoger is.

Een goed functionerend immuunsysteem begint met de basisvoorwaarden van een gezond en gelukkig paard: goed voer, voldoende vrije beweging en ontspannen sociaal contact. Als hier niet aan voldaan wordt, zorgt dit voor stress in het hoofd en/of in het lichaam wat een regelrechte aanslag is op het immuunsysteem. Om de weerstand zo goed mogelijk te houden, kunnen voedingssupplementen ingezet worden.

L-Lysine
L-Lysine is een aminozuur en heeft een remmende invloed op de vermenigvuldiging van herpesvirussen in het lichaam.

Dit is ontdekt nadat de antagonist (tegenhanger) van lysine, arginine, groeibevorderend op herpesvirussen bleek te zijn. Uit dit onderzoek bleek dat als er in verhouding veel meer lysine dan arginine aanwezig is, de vermeerdering van virussen onder controle gehouden wordt. Als er maar voldoende lysine in het lichaam is, wordt de opname van arginine geremd.

Apart van het eten
Lysine is het beste werkzaam als het niet over het voer gegeven wordt, maar juist tussen de voerbeurten door. Het beste is een ½ uur vóór het voeren of 2 uur na het voeren.

Toedienen gaat het makkelijkst door het poeder met een beetje water te mengen, het op te zuigen met een injectiespuitje (zonder naald) en het daarmee toe te dienen in de mond.

Wil je meer weten over wat je kunt doen bij rhino in de omgeving? Vraag advies!

Wat kun je verder doen?

Preventie
De allerbeste manier om ervoor te zorgen dat je paard niet ziek wordt, is het immuunsysteem goed te laten functioneren:

Basisvoorzieningen

  • Zorg voor ruim voldoende goede kwaliteit ruwvoer, een mineralen liksteen, continue toegang tot vers drinkwater en als je paard het nodig heeft een kleine hoeveelheid krachtvoer.
  • Basisvoorzieningen voor je paard houden ook in dat er voldoende vrije beweging en sociale contacten zijn. Je paard in een onrustige kudde, bijvoorbeeld waar continue nieuwe paarden bijgeplaatst worden en weer weggaan, kan gestrest raken.
  • Stress is een factor die voor een flinke dip in de weerstand kan zorgen waardoor virussen als EHV1 en EHV4 vat op je paard kunnen krijgen.
    Natuurlijk is stress niet altijd te vermijden en een beetje stress kan ook best positief zijn. Paarden zijn niet van suiker. Maar houd echter in het achterhoofd dat als er rhino in de omgeving heerst, je beter stressvolle situaties kunt vermijden.
  • Met name voor een fokker kan vaccineren een overweging zijn. Zorg dan dat alle paarden in het juiste vaccinatieschema worden geënt. Wees ervan bewust dat ook het vaccin geen 100% bescherming geeft. 2 weken na vaccinatie kan een korte drainagekuur (4-6 weken) helpen om de negatieve gevolgen van de enting te verminderen.

Rhinopneumonie heerst in de omgeving (maar niet op eigen stal)

  • Uiteraard worden nu ook de bovenstaande maatregelen in acht genomen.
  • Zorg dat je paard niet in contact komt met paarden uit de besmette stal. Als er rhino heerst, wordt er uiteraard geadviseerd om een stal te sluiten voor bezoek van buitenaf en geen paarden van en op het terrein te laten gaan, maar er zijn (vreemd genoeg) geen wettelijke verplichtingen.
  • Gebruik je gezonde verstand qua hygiëne van de materialen die je op stal gebruikt alsook je kleding, het gebruik van de stal van je paard etc.
  • Kruiden en voedingsstoffen kunnen worden ingezet als ondersteuning. Wil je weten wat voor jouw situatie geschikt is? Vraag advies!

Paard met rhino of op stal heerst rhino

  • Uiteraard komt hier als allereerste een dierenarts bij! Deze maatregelen zijn aanvullend op het advies van de dierenarts.
  • Neem strenge hygiënemaatregelen en zorg dat voor ieder paard de eigen spullen gebruikt worden. Gemeenschappelijke spullen zoals kruiwagens en voerkarren moeten goed ontsmet worden. Paarden die symptomen vertonen kunnen het beste apart staan en steeds als laatste verzorgd worden.
  • Geef een paard met rhinopneumonie rust. Frisse lucht is heel heilzaam bij verkoudheidsverschijnselen. Ga bijvoorbeeld aan de hand rustig wandelen of wat grazen en blijf op eigen terrein i.v.m. mogelijke verspreiding naar andere stallen.
  • De verzorging van een paard met de neurologische vorm kan heel intensief zijn omdat voorkomen moet worden dat het paard gaat liggen en blijft liggen. Doorligplekken en beschadigingen moeten absoluut vermeden worden.
  • Probeer ervoor te zorgen dat het paard goed blijft eten. Door de irritatie van de slijmvliezen en eventuele koorts kan de eetlust minder zijn. Maak b.v. slobber om het paard goed aan het eten te houden.
  • Vraag advies om het herstel te bespoedigen!

Deze informatie is uitsluitend bedoeld voor educatieve doeleinden en vervangt niet het advies van een dierenarts.

Heb je vragen over onze producten of de toepassing ervan? Neem dan contact met ons op. Ons team van natuurgeneeskundig therapeuten adviseert je graag.

2 reacties

  1. Enny Raijmakers schreef:

    Wat is een goed schema voor enting van Rhino????
    En mijn paard wordt altijd doodziek van deze enting terwijl hij van influenza enting geen last heeft!

  2. Melody Cool schreef:

    Beste Enny,

    Mijn collega heeft je inmiddels ook via email beantwoord en advies gegeven hoe je je paard het beste kunt ondersteunen als ze klachten krijgt van de inenting.

    Bij vaccinatie tegen rhinopneumonie is het belangrijk dat de hele stal gevaccineerd is. Het vaccin geeft geen volledige bescherming, maar vermindert wel de kans op afstoting van de vrucht.
    Voor een entschema zou ik contact opnemen met je dierenarts. Naar mijn weten (ik ben geen dierenarts) moet er voor de basisenting 6 weken tussen de eerste 2 entingen zitten. Dit vaccin moet regelmatig herhaald worden. Meestal wordt ieder half jaar geadviseerd. Voor drachtige merries bestaat een apart entingsschema, hier kan je dierenarts je meer over vertellen.

    Het kan inderdaad per inenting verschillen hoe heftig een dier hierop reageert. In het geval van rhino is het goed een risico afweging te maken.

    Met vriendelijke groet,
    Melody Cool

Laat een reactie achter