De Groene Os gebruikt cookies om zijn webshop persoonlijker en gebruiksvriendelijker te maken.   sluiten

Zoek naar product, orgaan of toepassing:

Naar buiten!

De heerlijke voorjaarstemperaturen en de langer wordende dagen betekenen voor veel binnenkonijnen dat de tijd weer aanbreekt om lekker naar buiten te gaan. De meeste konijnen ervaren dat als één groot feest. De filmpjes van dansende koeien die voor het eerst de stal uit mogen zijn tam in vergelijking met de grote sprongen (‘binky’s’ genaamd) die enthousiaste konijnen kunnen maken. En het is dan ook de moeite waard, om daar eens rustig naar te gaan zitten kijken.

Ook buiten kan een konijn zich vervelen

Maar waar moet je nou op letten bij het tijdelijk buiten wonen van je konijnen?

Net als binnen kunnen konijnen zich buiten ook stierlijk vervelen. Een klein rennetje dat op een grasveldje wordt geplaatst biedt je konijnen feitelijk niets anders dan dat het buiten anders ruikt en voelt dan binnen. Dat is niet niks, maar met wat nadenken en puzzelen kun je veel meer realiseren.

Zoals op een balkon

Als je op een flat woont en alleen een balkon of (dak)terras ter beschikking hebt, is het vaak mogelijk het hekwerk zo dicht te maken dat een konijn daar écht niet doorheen kan vallen. Dat betekent, dat je je konijnen dan vrij over het balkon kunt laten lopen. Daarna is het een kwestie van het zoeken van de juiste beplanting en het aanbrengen van speelgoed (zoals tunneltjes, kleine verhoginkjes, een zandgraafbak) en je balkon is een konijnenparadijs geworden waar jij als mens zijnde ook nog heerlijk kunt bivakkeren.

Die beplanting is dan nog wel een punt van overweging, want konijnen zullen aan veel planten knabbelen – ook aan de giftige en ook aan de paar planten waar jij zelf erg op gesteld bent en die je graag heel wilt houden.

Drie soorten beplantingszones

Een oplossing kan dan zijn om drie soorten beplantingszones te onderscheiden

  • De eerste zone is de beplanting waar de konijnen best aan mogen komen. Kruiden zoals selderij, peterselie, dille, basilicum, munt, maar ook speciaal voor hen geplante dan wel gezaaide planten als weegbree, paardenbloem of topjes van wortelloof.
  • De tweede zone bestaat uit planten die niet gevaarlijk voor ze zijn en waar jij ook niet bijzonder aan gehecht bent, maar die zij niet aantrekkelijk vinden om te eten. Bijvoorbeeld viooltjes, goudsbloem, ganzerik, fuchsia of lobelia zijn niet aantrekkelijk voor konijnen, ze zijn ook niet giftig en ze kunnen je bloembakken toch wel erg vrolijk maken.
  • De derde zone beplating bestaat uit planten die echt giftig zijn voor konijnen en/of waar jij zelf erg op gesteld bent. Bijvoorbeeld hortensia, taxus, rododendron en oleander kunnen het prachtig doen op je balkon of dakterras, maar zijn dodelijk voor een konijn dat er van eet.

Hoe zet je ze neer

Je kunt dan planten uit de eerste  categorie verspreid over je balkon uitnodigend neerzetten, de verboden derde categorie onbereikbaar opstellen, afgescheiden door bijvoorbeeld een muurtje of een  hekwerk, en de ‘neutrale’ tweede categorie beplanting er strategisch tussen plaatsen. Deze werkwijze heeft als voordeel, dat de konijnen zoveel dingen hebben die ze lekker vinden en waar ze van mogen knabbelen dat ze nauwelijks in de gaten hebben dat ze ergens niet bij mogen komen, wat  daardoor dus ook geen uitdaging voor ze vormt.

Vertrouw bij tamme konijnen niet op hun instincten voor wat wel en niet giftig is, want die schieten op dit punt echt te kort.

Op het internet zijn verschillende lijsten te vinden van giftige en niet giftige planten, bijvoorbeeld de veel geraadpleegde lijst van Peter Beck.

Of in een tuin

Als je beschikt over een tuin zijn de mogelijkheden voor een konijnenparadijs natuurlijk nog veel ruimer. Ingegraven tunnels, stukken met en stukken zonder gras, tegels, een boom die schaduw geeft, struiken om tussendoor te schooien, een zandbak, hoogteverschillen: alles wat afwisselend en uitdagend is wordt door konijnen gewaardeerd.

Vers gras

Wat gras betreft is het goed je te realiseren dat konijnen daarvan zullen eten. Op zich genomen is dat prima voor ze, maar het eerste gras in het voorjaar is zeer eiwitrijk en dat kan, voor konijnen die er niet aan gewend zijn, ernstige buikklachten geven. Dat kan makkelijk voorkomen worden door de konijnen voordat ze zelf echt hun pootjes op het gras zullen zetten een paar weken lang iedere dag een handvol vers geplukt gras te geven. Op die manier wennen ze er langzaam aan en dan gaat het eigenlijk altijd wel goed.

Gras vernieuwen

Een ander punt is, dat konijnen inderdaad éten van je grasmat, dus die zal op de één of andere manier vernieuwd moeten worden. Als je dat doet door graszoden te (laten) leggen is het belangrijk, om te kiezen voor graszoden die niet zo’n plastic net aan de onderkant hebben, maar gewoon bestaan uit gras en aarde. Dat is niet alleen beter voor het bodemleven in je tuin, maar voorkomt ook dat gravende konijnen vast komen te zitten of plastic gaan eten.

Graasgras

Als je de grasmat goed wilt houden door eens in de zoveel tijd wat bij te zaaien is het misschien een idee om bij te zaaien met speciaal voor graasgras ontwikkelde mengsels (zie bijvoorbeeld deze mengsels, dit konijnenweidemengsel of het konijnen tuintje). Ook geschikt voor het zaaien in grote bakken, zodat je altijd beschikt over een verse verwennerij!

Goede afrastering

Naast alle leuke dingen zijn er buiten ook gevaren waar op gewezen moet worden. Als je konijnen in de tuin lopen is er het risico op aanvallen door roofvogels, buurkatten of – honden of een bunzing. Dus niet bezuinigen op de afrastering rondom de konijnenren en, als het mogelijk is, er ook van bovenaf een net overheen spannen.

De madenziekte

Verder is er het risico op ziektes die overgebracht worden door stekende insecten of vliegen. Die laatste kunnen de gevreesde madenziekte veroorzaken.

Madenziekte  (myasis) wordt voornamelijk (maar niet alleen) veroorzaakt door vleesvliegen die feilloos weten te vinden waar een konijn rondloopt met een vies kontje (oude urine of plakpoep) of een vers wondje. Ze leggen hun eitjes in de vacht van het konijn of in een open wondje, uit die eitjes komen larven en die voeden zich met het konijn. Dat klinkt onsmakelijk en dat is het ook maar bovendien is het, als er niet snel ingegrepen wordt, dodelijk voor het konijn.

Vies achterwerk voorkomen

Madenziekte valt te voorkomen door een aantal maatregelen te nemen.

Hoe komt het konijn aan een vies achterwerk?

  • Krijgt het te veel of te eiwitrijk voer en heeft het daardoor last van plakpoep?
  • Is er iets niet goed met de blaas of de nieren, waardoor het urine lekt?
  • Is er iets fout met de lichaamshouding van het konijn, waardoor het konijn zichzelf steeds bevuilt?
  • Is het te konijn dik en kan het daardoor zijn eigen blindedarmkeutels niet meer eten?

Als het mogelijk is om iets te veranderen aan de oorzaak van het vieze kontje is dat natuurlijk prachtig!

Als voorkomen niet lukt, neem dan maatregelen

Maar soms kan dat niet. Soms kampt een konijn met de gevolgen van E. cuniculi of is het heel oud of gehandicapt, lekt daardoor steeds een beetje urine of heeft het voortdurend last van plakpoep.

In dat geval moet je uitwijken naar andere oplossingen.

Heel belangrijk is het in zo’n geval om vliegen en stekende insecten te weren uit de ren:

  • Je kunt horrengaas of een klamboe over de ren of het hok aanbrengen.
  • Je kunt het konijn wassen met een zeer zacht badschuim waaraan je een druppel van een goede essentiële olie hebt toegevoegd, bijvoorbeeld citroen of munt. Echt niet meer dan een druppel, want konijnen reageren heel sterk op essentiële olie! Goed afdrogen (sommige konijnen vinden een föhnbehandeling heerlijk!) en je hebt, in elk geval voor een dag, een heerlijk schoon en frisruikend konijn, dat minder aantrekkelijk is voor vliegen.
  • Als een konijn niet echt vies is maar toch een vage geur verspreidt kun je het, zonder het konijn helemaal te wassen, sprayen met een mengsel van water, een goede olie (bijvoorbeeld amandelolie), wat natuurazijn en een druppel citroen en/of muntolie. Goed schudden vlak voor gebruik, want deze ingrediënten mengen onderling niet.
  • De ren zelf kun je soppen met een sop waaraan je een druppel olie hebt toegevoegd, ook olie van de theeboom maakt het konijnenverblijf minder aantrekkelijk voor vliegen en muggen.
  • Wat beplanting betreft is het een goed idee om eens te kijken naar insectenwerende beplanting in de buurt van de konijnenren of het hok. Vliegen houden niet van planten die naar citroen of munt geuren, terwijl dit verder heel aantrekkelijke planten kunnen zijn voor je tuin. Denk eens aan de vele munt- en basilicumsoorten, maar ook citroenmelisse of – tijm kan een goede keus zijn.
  • Als je stevige maatregelen wilt nemen tegen de uitkomende maden kun je het konijn sprayen met een in de handel verkrijgbare anti-myasisspray, die meestal gedurende een aantal weken werkzaam is.

Een langer vliegenseizoen

Er zijn aanwijzingen, dat het vliegenseizoen langer wordt. Was het vroeger zo, dat aan het eind van de zomer geen vlieg je konijnen meer zou belagen, de laatste tijd komen er ook in de herfst konijnen met madenziekte bij de dierenarts. Dagelijks controleren van buiten lopende risicokonijnen blijft dus noodzakelijk. En als je bij die controle ongerechtigheid ontdekt met spoed naar de dierenarts.

Laat je door deze risico’s echter niet weerhouden om je binnenkonijnen lekker buiten te laten lopen en geniet samen met ze van het voorjaar, nu het nog niet te warm is en het aan alle kanten ruikt naar kruiden en nieuw leven!

Auteur: Chaja Beck-De Jong
Pennywise Animal Consulting

www.praktijkpennywise.nl

 

Deze informatie is uitsluitend bedoeld voor educatieve doeleinden en vervangt niet het advies van een dierenarts.
Heb je vragen over onze producten of de toepassing ervan? Neem dan contact met ons op. Ons team van natuurgeneeskundig therapeuten adviseert je graag.

Laat een reactie achter