De Groene Os gebruikt cookies om zijn webshop persoonlijker en gebruiksvriendelijker te maken.   sluiten

Zoek naar product, orgaan of toepassing:

Antwoord op de 4 meest gestelde vragen over diabetes en insulineresistentie

Diabetes mellitus en insulineresistentie zijn aandoeningen waar helaas veel dieren mee te maken krijgen. Gelukkig worden de symptomen van de aandoening steeds beter herkend.

1. Wat is diabetes en insulineresistentie?

Er zijn een aantal typen diabetes te onderscheiden.

Type 1: er wordt door de alvleesklier (pancreas) te weinig insuline aangemaakt waardoor het glucosepeil in het bloed te hoog oploopt. Het kan ook voorkomen dat het afweersysteem cellen afbreekt die insuline produceren. Diabetes type 1 manifesteert zich vaak al op jonge leeftijd, is acuut en snel te herkennen.

De behandeling bestaat uit het opheffen van het tekort door dagelijks insuline toe te dienen door middel van injecties. Bij paarden komt diabetes type 1 nauwelijks voor. We zien deze aandoening het vaakst bij katten. Bij paarden kan echter wel een worminfectie met de Strongylus equinus dit type diabetes veroorzaken. Deze komt voor in de buikholte en kan schade aan de pancreas toebrengen. Dit is gelukkig een zeldzame situatie

Type 2: de insulinereceptoren zijn minder gevoelig voor insuline. Insulinereceptoren zijn verantwoordelijk voor het transport van glucose de cel in. De glucose blijft dus in de bloedbaan, ondanks een verhoogde concentratie insuline in het bloed. Hierdoor raakt de energiehuishouding verstoord. Dit verschijnsel wordt ook wel insulineresistentie genoemd.

Diabetes type 2 manifesteert zich vaak op latere leeftijd en ontstaat geleidelijk. Hierdoor worden de vroege symptomen meestal pas na een tijdje herkend. Dit type suikerziekte wordt niet vaak gezien bij honden, maar wel bij katten en steeds meer bij paarden.

Type 3: dit type is het gevolg van onderliggende ziektes zoals alvleesklieraandoeningen of de ziekte van Cushing (te hoog cortisolgehalte in het bloed). Het kan ook ontstaan door het gebruik van corticosteroïden (prednison).

Type 4: zwangerschapsdiabetes. Dit ontstaat door het verhoogde progesterongehalte. Hierdoor wordt er meer suiker gemobiliseerd en is er meer insuline nodig. Op den duur raakt de alvleesklier uitgeput. Deze verschijnselen kunnen ook optreden bij schijndracht bij teven.

In dit artikel richten wij ons op type 1 en 2.

2. Wat zijn de kenmerken van diabetes en insulineresistentie?

Er zijn veel symptomen die samenhangen met diabetes. Deze symptomen zijn vaak aspecifiek, wat wil zeggen dat diabetes er meestal niet direct in herkend wordt.

Symptomen kunnen zijn:

  • veel plassen en drinken
  • overgewicht of juist gewichtsverlies zonder reden
  • ondergewicht
  • buikvet
  • verergeren van klachten zoals artritis
  • bij honden en katten huidproblemen zoals eczeem
  • bij paarden huidproblemen zoals zomereczeem en haaruitval
  • bij paarden vermoeidheid, spierpijn, spiertrillingen en spierbevangenheid waardoor onwilligheid om te werken of te trainen
  • bij paarden vetophoping rond manenkam en staartaanzet
  • bij paarden gevoeligheid voor hoefbevangenheid
  • ziekte van Cushing (te hoog cortisolgehalte in het bloed)

Bij diabetes mellitus is het immuunsysteem verstoord en dat kan zich uiten in een verhoogde vatbaarheid voor infecties en een slechte wondgenezing. Schade aan bloedvaten is een complicatie van een ontregelde glucosehuishouding. Bij een te hoog glucosegehalte neemt het aantal reactieve zuurstofverbindingen in het bloed sterk toe. Dit zijn vrije radicalen die schade aan de cellen kunnen toebrengen. Om deze vrije radicalen af te vangen is het geven van extra antioxidanten dus zeker aan te raden.

3. Waardoor wordt diabetes veroorzaakt?

Belangrijke veroorzakers van diabetes zijn overgewicht en te veel koolhydraten (suikers) in de voeding. Door de jaren heen is de voeding van veel gedomesticeerde dieren sterk veranderd.

Waar honden en katten van nature prooidiereters zijn en paarden 18 uur per dag bezig zijn met voldoende ruwvoer op te nemen, eten de meeste huisdieren nu droge, koolhydraatrijke brokken. De genen veranderen echter lang niet zo snel als de voeding en zijn nog steeds ingesteld op het oorspronkelijke (oer)dieet.

Door de veranderde kwaliteit en kwantiteit van de voeding raakt de verhouding tussen macro- en micronutriënten uit balans. Moderne diervoeders zijn meestal te rijk aan koolhydraten en te arm aan mineralen en vitaminen. Zo bevat de huidige voeding te weinig magnesium. Dit leidt ertoe dat cellen ongevoeliger worden voor insuline en dat kan dus een belangrijke (mede)oorzaak zijn voor insulineresistentie.

Medicaties als loopsheidremmers, de poezenpil of het gebruik van corticosteroïden kunnen eveneens diabetes in de hand werken. De natuurlijke variant van corticosteroïden, cortisol (ook wel het stresshormoon genoemd), vermindert de gevoeligheid van insulinereceptoren. Samen met andere hormonen speelt cortisol ook een rol bij het reguleren van infecties. Langdurige  infecties, zoals chronische blaasontsteking of niesziekte bij katten, kunnen bijdragen aan het ontstaan of verergeren van insulineresistentie.

4. Wat kan ik zelf doen aan diabetes bij mijn dier?

Naast de medicatie van de dierenarts kan je dier nog op verschillende manieren ondersteund worden.

Voor honden en katten met diabetes is vers vlees erg goed. De overgang van het oude dieet naar vers vlees moet echter geleidelijk gebeuren. Het is aan te raden om de eerste weken het vlees te overgieten met kokend water om een deel van de bacteriën te doden. Zo raakt het dier er langzaam aan gewend. Ook is een bot of stuk vuile pens erg goed om het speekselen (en daarmee de spijsvertering) te bevorderen en tanden en tandvlees te stimuleren. Wanneer er sprake is van overgewicht, is het belangrijk om dit aan te pakken. Het verminderen van overgewicht verbetert de conditie en verlaagt de bloeddruk.

Paarden zouden een dieet op basis van ruwvoer moeten krijgen, eventueel aangevuld met een (ongezoete) biologische muesli of een multivitaminen & mineralensupplement. En ook voor paarden geldt dat wanneer er sprake is van overgewicht het belangrijk is om daar wat aan te doen.

Magnesium

Net als mensen hebben dieren, en met name paarden, steeds vaker te maken met een tekort aan magnesium. Een tekort hieraan maakt de cellen minder gevoelig voor insuline.

MSM

MSM (methylsulfonylmethaan) is een bepaalde vorm van organisch zwavel en aanwezig in alle levende organismen. Methylsulfonylmethaan, oftewel MSM, draagt bij aan de opname van glucose in de cellen door het ondersteunen van de doorlaatbaarheid van de celmembranen. Hierdoor is MSM normaliserend op de bloedsuikerspiegel en op de insulineafgifte door de pancreas. Daarnaast is MSM een krachtige antioxidant. Aangezien diabetes het immuunsysteem ondermijnt en gevoeliger maakt voor infecties, is MSM een nuttige aanvulling.

Extra vitaminen en mineralen

Wanneer er door ziekte sprake is van een verhoogde behoefte aan voedingsstoffen is het goed om extra vitaminen en mineralen aan je dier te geven. Juist wanneer het voedingsplan wordt veranderd, kan dit een nuttige aanvulling zijn. Wanneer er sprake is van overgewicht en je dier op dieet is, zijn multivitaminen goed om tekorten te voorkomen. Wanneer we een paard op een dieet zetten van voornamelijk ruwvoer, wat voor de meeste paarden echt het beste is, is het goed om een vitaminen- en mineralensupplement te geven, aangezien het meeste hooi tegenwoordig niet meer zo rijk is aan micronutriënten. Wanneer er op een dieet van ruwvoer prestaties van je paard worden verwacht, kunnen tekorten ontstaan. Veel vitaminen, zoals vitamine C en E hebben bovendien een belangrijke functie als antioxidanten. Deze kunnen helpen voorkomen dat door diabetes schade aan de weefsels ontstaat.

 

Deze informatie is uitsluitend bedoeld voor educatieve doeleinden en vervangt niet het advies van een dierenarts.

Heb je vragen over onze producten of de toepassing ervan? Neem dan contact met ons op. Ons team van natuurgeneeskundig therapeuten adviseert je graag.

Laat een reactie achter