De Groene Os gebruikt cookies om zijn webshop persoonlijker en gebruiksvriendelijker te maken.   sluiten

Zoek naar product, orgaan of toepassing:

Food for thought over paarden

Gezonde paardenvoeding houdt de gemoederen bezig. Er zijn instanties die zich regelmatig buigen over de mogelijkheden om internationaal tot overeenstemming te komen wat paarden eigenlijk zouden moeten eten. Als richtlijnen voor dierenwelzijn worden nu nog vaak de definities van het Brambell-comité gebruikt. Deze richtlijnen zijn opgesteld in 1965 en inmiddels gaan er veel stemmen op dat ze wel eens zouden mogen worden uitgebreid. Toch kan hier nog veel lering uit getrokken worden want regel 1 is: vrij zijn van honger, dorst en onjuiste voeding, door toegang tot vers water en een gezond dieet.

Belangrijke vezels

Paarden in het wild zijn ongeveer 60% procent van hun tijd bezig met eten. Dit eten bestaat, afhankelijk van het seizoen, uit langstengelige grassen, kruiden, struikjes en basten en takjes van bomen. Hoewel de mens veel aan de leefomstandigheden heeft veranderd, wat het paard tot een zeer succesvol diersoort heeft gemaakt, is het paard nog niet zo ver geëvolueerd dat er van dit voedselpatroon kan worden afgeweken.

Ook het moderne paard zal dus ruim de tijd moeten krijgen voor het vergaren van veel, maar energiearm voedsel. Dat het belangrijk is om lang te kunnen kauwen op vezelrijk voer (ruwvoer zoals een goede kwaliteit hooi) is niet alleen af te lezen aan het lichaam van het paard, maar ook aan het gedrag. Stereotiep gedrag kan ontstaan doordat een paard zijn natuurlijke behoeftes niet kan vervullen en zich staat te vervelen op stal.

Het soort rantsoen dat tegemoet komt aan de natuurlijke behoeftes van het paard is al in de mond te zien: flinke maalkiezen die altijd blijven doorgroeien. De kiezen van het paard slijten af door voldoende kauwbewegingen. Gebeurt dit niet dan kunnen er vervelende scherpe uitstulpingen ontstaan (‘haken aan de kiezen’).

De spijsvertering en hooi

Ook de spijsvertering heeft veel kauwbewegingen nodig om speeksel aan te maken. Anders dan mensen maken paarden namelijk niet doorlopend speeksel aan. Wat paarden wél doorlopend aanmaken is gal. Een paard heeft geen galblaas, maar deze functie wordt vervuld door de lever. Via de galwegen wordt er constant gal afgegeven aan de dunne darm. Speeksel neutraliseert het teveel aan  zuur. Hierdoor blijft de PH van de maag in balans (minder kans op maagzweren) en wordt de gal in de dunne darm benut en geneutraliseerd.

Tot slot zijn onverteerbare voedingsvezels essentieel voor een goede darmwerking. De darmflora van paarden is heel bijzonder en bestaat uit miljarden bacteriën, schimmels en gisten die vezels gebruiken als voeding. De blindedarm functioneert als een soort fermentatievat. Verschillende vluchtige vetzuren en vitamines maakt het paard voor een deel zelf aan. Het is echter ook een precair evenwicht dat met een onevenwichtige voeding gemakkelijk verstoord raakt.

Uit bovenstaande mag duidelijk zijn dat paarden een goede kwaliteit hooi nodig hebben dat eigenlijk onbeperkt tot hun beschikking zou moeten staan. De realiteit is echter dat veel paarden in Nederland te dik zijn. Gelukkig zijn er verschillende slow feeders in de handel waardoor paarden toch lang over het eten van hun hooi kunnen doen.

Krachtvoer

In een ideale situatie kunnen paarden die lichte tot matige arbeid verzetten voldoende energie en voedingsstoffen uit hooi halen. Om tekorten te voorkomen vinden veel paardeneigenaren het toch prettig om krachtvoer in de vorm van brokken of muesli bij te voeren. Dit zou niet ten koste van het ruwvoer moeten gaan. Het nadeel van brokken (en van veel muesli’s) is dat het eigenlijk een soort fast food is; vaak veel suikers (snelle energie) en er hoeft weinig op gekauwd te worden. Paarden kunnen hier gemakkelijk dik van worden en ziektes als insulineresistentie ontwikkelen. Als er minder wordt gevoerd dan aanbevolen, kunnen alsnog tekorten optreden.

Evenwichtige mix

 

Een goede oplossing is om, naast een ruime en goede ruwvoer voorziening, een kleine hoeveelheid (biologische) muesli zonder melasse en andere toevoegingen te voeren en dit te mengen met ruwvoer zoals luzerne. Hierdoor wordt er beter op gekauwd. Daarnaast is een multivitaminenpreparaat aan te raden om tekorten te voorkomen. Dit kan gemakkelijk door de muesli gemengd worden. Omdat de Nederlandse weiden, waar ons gras en hooi van afkomstig is, vaak rijk zijn aan energie en eiwitten, maar minder aan vitaminen en mineralen biedt dit pakket een zo compleet mogelijke voeding. Dit is ook zeer geschikt om te voeren naast weidegang.

Deze informatie is uitsluitend bedoeld voor educatieve doeleinden en vervangt niet het advies van een dierenarts.

Heb je vragen over onze producten of de toepassing ervan? Neem dan contact met ons op.
Ons team van natuurgeneeskundig therapeuten adviseert je graag.

Laat een reactie achter