De Groene Os gebruikt cookies om zijn webshop persoonlijker en gebruiksvriendelijker te maken.   sluiten

Zoek naar product, orgaan of toepassing:

Met de herfst voor de deur…

…wordt het op peil houden van een goed functionerend immuunsysteem weer een hele uitdaging. Door de plotselinge omslag naar guur weer en het zich binnenshuis afspelen van het alledaagse leven krijgen virussen meer kans om grip te krijgen op ons en onze dieren. Zeker dieren die niet zo’n goede start hebben gehad of uit een herplaatsingssituatie komen, kunnen gevoelig zijn voor herpesvirussen die herhaaldelijk de kop opsteken op momenten dat de weerstand vermindert. Als verzorger van zo’n dier kun je soms radeloos worden, maar gelukkig laten aandoeningen die veroorzaakt worden door herpesvirussen zich over het algemeen goed onder controle houden. Vaak blijft het dier wel drager, maar is het virus niet actief en geeft het geen symptomen.

Welke klachten worden door herpesvirussen veroorzaakt?

Paarden
Onder paardenliefhebbers is het rhinovirus (rhinopneumonie) berucht. Dit virus is zeer besmettelijk en de stallen waar het is uitgebroken, worden vaak gelijk in quarantaine gehouden.
Van het rhinovirus bestaan twee verschillende soorten. De meest gevreesde variant veroorzaakt naast luchtwegklachten ook abortussen en zenuwschade (verlammingen). De andere variant, net zo besmettelijk maar met aanzienlijk minder dodelijke afloop, geeft alleen luchtwegklachten. Beide varianten verspreiden zich door waterdruppeltjes (uitgescheiden door proesten) door de lucht. Ook via mensen kan het virus worden overgedragen naar andere paarden. Als een paard een infectie heeft gehad, is het korte tijd immuun.

Honden
Ook bij honden komen herpesvirussen voor. Het Canine Herpesvirus (CHV) is het meest berucht door problemen met de dracht (moeilijk drachtig worden, dracht niet goed uitdragen en zwakke pups). Dit herpesvirus is een seksueel overdraagbare aandoening. Helaas is deze aandoening nog erg slecht te behandelen en zal er vooral ingezet moeten worden op het voorkomen van de verspreiding van dit virus.

Een andere infectieaandoening die bij honden de kop op kan steken is kennelhoest. Kennelhoest kan door verschillende virussen en een bacteriën worden veroorzaakt. Door de infectie krijgen ook andere bacteriën meer kans om voor een secundaire bacteriële infectie te zorgen.

De naam kennelhoest geeft al aan dat het, zeker vroeger, vooral voorkomt in kennels. Dit heeft te maken met de grote besmettelijkheid van deze aandoening. Daarnaast is er bij besmetting in een bepaalde mate sprake van een verzwakt afweersysteem. Dit kan bijvoorbeeld komen door stress of veel blaffen, waardoor de slijmvliezen in de keel beschadigen en ziektekiemen makkelijker kunnen binnendringen. Honden met kennelhoest hebben een zeer karakteristieke hoest. Het is een droge hoest, vaak gevolgd door kokhalzen. Meestal blijft het hierbij. In ernstige gevallen kunnen honden ook koorts krijgen en zich duidelijk niet lekker voelen.

Katten
Zeker bij asielkatten is de niesziekte een bekend probleem. Er wordt onderscheid gemaakt tussen een acute en chronische variant. De acute variant heeft een stormachtig verloop met niezen, koorts, veel uitscheiding uit neus en ogen en moeilijkheden met ademhalen. Doordat de slijmvliezen zijn aangetast, heeft de kat vaak geen eetlust, wat het herstel niet bepaald bevordert. Door sterk ruikend voedsel aan te bieden waar het dier normaal gesproken dol op is, kan de kat nog weleens worden overgehaald om toch te eten. Als deze acute variant lang onbehandeld blijft kan de ziekte chronisch worden. De symptomen zijn dan minder heftig, maar zorgen wel voor ongemak voor de kat. Chronische niesziekte steekt de kop op als de weerstand verminderd is door bijvoorbeeld stress of een minder goede conditie.

Wat te doen?
Het is belangrijk om infecties zoveel mogelijk te voorkomen. Zo is het voor gevoelige dieren met een verminderde weerstand niet verstandig om ze in een druk pension onder te brengen. Op plekken waar veel dieren dicht op elkaar worden gehouden verspreiden infecties zich makkelijker.

Voer dat past bij de diersoort zorgt voor een goede gezondheid en is de beste basis om de weerstand op peil te houden.

Ook voedingsstoffen en kruiden (zoals Echinacea purpurea) kunnen helpen om een dier een boost te geven. Zo is vitamine B6 van belang voor de aanmaak van afweercellen en heeft hiermee een belangrijke functie voor het in stand houden van een gezond immuunsysteem. Vitamine B6 bevordert daarnaast de opname van L-lysine.

Ook zink (bijvoorbeeld in een samengesteld middel) kan gebruikt worden om een goede weerstand op peil te houden en besmetting te voorkomen. Het spreekt echter voor zich dat bij ernstige symptomen altijd de dierenarts geraadpleegd moet worden.

Deze informatie is uitsluitend bedoeld voor educatieve doeleinden en vervangt niet het advies van een dierenarts.

Heb je vragen over onze producten of de toepassing ervan? Neem dan contact met ons op.
Ons team van natuurgeneeskundig therapeuten adviseert je graag.

Laat een reactie achter