De Groene Os gebruikt cookies om zijn webshop persoonlijker en gebruiksvriendelijker te maken.   sluiten

Zoek naar product, orgaan of toepassing:

Voedingstips tijdens het weideseizoen

Het is zomer en het weideseizoen is in volle gang. Voor de meeste paarden is het een behoorlijke overgang in rantsoen van stal en paddock naar de wei. Als paardeneigenaar kun je dan tegen nogal wat problemen aanlopen.

Belangrijke vezels

Paarden in het wild zijn ongeveer 60% procent van hun tijd bezig met eten. Dit eten bestaat (afhankelijk van het seizoen) uit langstengelige grassen, kruiden, struikjes en basten en takjes van bomen. Hoewel de mens veel aan de leefomstandigheden heeft veranderd en het paard zich daar succesvol aan heeft aangepast, is het paard nog niet zo ver geëvolueerd dat er van dit voedselpatroon kan worden afgeweken.

Een goede weide komt voor een groot deel tegemoet aan deze behoeften. Gras valt onder ruwvoer en heeft daarbij grote gezondheidsvoordelen. De meeste paarden vinden het heerlijk op de weide.

Wat zit er eigenlijk in gras?

Gras is rijk aan energie en eiwit. Het spreekt vanzelf dat de kwaliteit van ruwvoer, en dus ook dat van gras, sterk afhankelijk is van de grassoort, rijpheid van de plant en de omgevingsfactoren waarin het gegroeid is.

Onbeperkt grazen dekt de behoeften van volwassen paarden (mits ze niet drachtig, lacterend of in zware arbeid zijn) voldoende. In bepaalde jaargetijden kan het gehalte aan energie en eiwit zelfs te veel zijn, wat kan leiden tot overgewicht.

In sommige gevallen kunnen bepaalde micronutriënten (zoals vitaminen en mineralen) in het gedrang komen. Caroteen en B-vitaminen zijn meestal geen probleem, maar aan mineralen zoals magnesium kunnen wel een tekort ontstaan.

Paarden die (zware) arbeid verrichten of drachtig/lacterend zijn, hebben andere behoeften. Wees je ervan bewust dat je vaak de hoeveelheid arbeid van je paard overschat. Bij een paar keer per week rijden (dressuurmatig, buiten, af en toe een sprongetje) stijgt de energiebehoefte amper.

Geef een multi

Als je naast weidegang nog krachtvoer gaat geven, komt je paard al snel ruim boven de juiste energiebehoefte uit en zal de neiging krijgen om uit te dijen. Een betere optie is tekorten te voorkomen door een extra Multivitaminen & Mineralen Complex speciaal voor paarden te geven. Als ook de behoefte aan magnesium verhoogd is, door stress of sport bijvoorbeeld, kan dit hier nog naast gegeven worden.

Wil je een individueel advies?

 

Weidebeheer

Verschillende grassoorten groeien niet het hele jaar door. De groei is ook nog eens afhankelijk van de bodemtemperatuur, het vochtgehalte en de vruchtbaarheid van de aarde. Het weidemanagement is ook belangrijk: bij overbegrazing krijgen oneetbare onkruiden de kans om de weide over te nemen.

Te veel gras versus te weinig gras

Zowel een overmaat aan gras als een schrale weide kunnen problemen geven.

Er is niet veel bekend over wat paarden precies opnemen tijdens het grazen omdat dit puur praktisch gezien nogal lastig te onderzoeken is. Wel kan te veel gras schadelijk zijn. Er is onderzoek gedaan naar het gebruik van graasmaskers om dit te beperken en daar kwam uit naar voren dat dit een effectieve methode is om de opname van gras te beperken.

Ook strookbegrazing kan gebruikt worden. Maar welke methode je ook kiest, voer deze helemaal door. Als je de weidegang beperkt, maar wel gedeeltelijk (zonder masker) op de weide laat, haalt het paard de gemiste opname extra in.

Paarden die jaarrond in een (semi-)natuurlijke omgeving leven, laten een golfbeweging zien in hun gewicht. In de lente beginnen ze aan te komen, met een top in de zomer. In de herfst en winter verliezen ze dit extra gewicht weer.
In de moderne manier van paarden houden voeren we ’s winters vaak bij omdat we willen trainen. Wees je ervan bewust dat je paard om gezond te blijven die extra kilo’s wel weer kwijt moet!

Schrale weide
Een te schrale weide kan niet voldoende energie en andere macronutriënten (koolhydraten, eiwitten en vetzuren) leveren en tekorten veroorzaken. Hier zal je dus extra naast moeten voeren. Een ander gevaar dat hierin schuilt is dat de paarden te veel aarde en zand opnemen tijdens het grazen of zelfs happen van de aarde nemen. Als er te veel zand in de darmen is, kan dit zorgen voor zandkoliek.

Zandkoliek en slokdarmverstopping
Zandkoliek kan ontstaan als er te veel zand in de darmen ophoopt. Sommige paarden lijken een bepaalde smaak voor aarde te ontwikkelen. Dit wordt ook wel geofagie genoemd. Er zijn een aantal onderzoeken geweest naar het soort bodem dat graas gelikt wordt. Er blijkt hier een duidelijke voorkeur te zijn en de conclusie van de onderzoekers was dan ook dat het een behoefte aan extra spoorelementen en mineralen is.

Het kan ook aangeleerd gedrag zijn. Ook hier kun je met extra mineralen ondersteunen. Maar het begint natuurlijk allemaal met goed weidebeheer zodat er voldoende gras staat, en als er hooi gevoerd wordt, dit niet op een zanderige ondergrond aan te bieden.
Om zand in de darmen af te voeren kun je een combinatie gebruiken van psylliumvezels en omegaoliën.

Het risico op slokdarmverstopping neemt toe als paarden hongerig zijn en als er dan eten beschikbaar is (als je b.v. bijvoert met hooi en/of krachtvoer) gulzig gaan eten. Slokdarmverstopping is een nare aandoening: paarden raken vaak in paniek, het kan gevaarlijk zijn en er kan een longontsteking uit voortkomen. Om dit te voorkomen moet er vaker en langer voer beschikbaar zijn zodat je paard rustiger kan eten.

Kwetsbare groepen

Weidegang sluit goed aan bij de natuurlijke behoeften van paarden, maar voor een aantal groepen paarden is dit lastig te realiseren. Paarden die niet altijd op gras kunnen, zijn bijvoorbeeld paarden met een neiging tot overgewicht, hoefbevangenheid, zomereczeem of insulineresistentie. De reden dat deze paarden niet goed op veel gras reageren heeft te maken met de hoeveelheid niet-structurele koolhydraten in gras. Het welbekende fructaan valt hier bijvoorbeeld onder. De hoeveelheid van deze suikers wisselt afhankelijk van het tijdsstip van de dag en is afhankelijk van een aantal factoren.

Grassen stapelen niet-stucturele koolhydraten gedurende dag en pieken dus in de late namiddag. De laagste concentratie is ’s ochtends vroeg omdat het gras bij gebrek aan zonlicht ’s nachts deze stoffen heeft omgezet in energie. Als het ’s nachts erg koud is, wordt dit proces echter verstoord en dan is ’s ochtends grazen weer minder veilig.

‘Gestrest’ gras (overbegrazing, droogte, te veel regen, te kort maaien) zorgt voor een toename in niet-structurele koolhydraten. Toch kan hier ook veel winst te behalen zijn. Denk ook hierbij weer aan een graasmasker, maar ook hoe je de weide onderhoudt en welke grassen je inzaait. Je kunt daarvoor de fructaanindex gebruiken.

 

Deze informatie is uitsluitend bedoeld voor educatieve doeleinden en vervangt niet het advies van een dierenarts.

Heb je vragen over onze producten of de toepassing ervan? Neem dan contact met ons op. Ons team van natuurgeneeskundig therapeuten adviseert je graag.

Laat een reactie achter